De naam komt waarschijnlijk van bere/baren (modder), verwijzend naar de vroegere Beerse Overlaat: een verlaagd dijkvak waar de Maas bij hoogwater overheen stroomde en een groot gebied tot aan Den Bosch overstroomde.
Die overlaat werd in 1942 gesloten na de Maaskanalisatie.
Het dorp wordt voor het eerst genoemd tussen 1050 en 1200 als Berse.
Het behoorde tot het Land van Cuijk.
Van 1814 tot 1994 was Beers een zelfstandige gemeente (vanaf 1942 inclusief Gassel en Groot-Linden).
Daarna ging het naar Cuijk en in 2022 naar Land van Cuijk.
Het leefde altijd van landbouw en veeteelt; in 1949 werd hier het eerste Nederlandse KI-station voor vee opgericht.
Bezienswaardigheden zijn de neogotische Sint-Lambertuskerk (1891, met 15e-eeuwse toren), de restanten van molen De Hoop en het Nationaal Veeteeltmuseum.
In de buurt liggen de Kraaijenbergse Plassen (recreatieplassen door zandwinning) en landgoederen.
Het is een typisch Brabants boerendorp met campingtoerisme.


































