Het ontstond op een terp langs een kwelderwal, vlak bij de voormalige Middelzee.
De naam komt al in 1275 voor als Betingum en verwijst waarschijnlijk naar de woonplaats van een familie (Badinga/Berhtinga).
In 1888 werd er een Romeinse votiefsteen voor de godin Hludana gevonden.
Het dorp heeft een statig karakter met de Sint-Martinuskerk (grafkelder van een adellijke familie).
Tot 1879 stond er het slot Groot-Terhorne/Martena-State.
Samen met Beetgumermolen en Engelum deelt het voorzieningen.
Langs het dorp loopt de N383; in de buurt ligt een kassengebied.
Bekendheid kreeg Beetgum ook door de Hogerhuis-zaak (1895), een beruchte inbraakzaak die landelijk speelde.





Geen opmerkingen:
Een reactie posten